Burn-outklachten onder het onderwijspersoneel consistent hoger! Waarom?

“Leraren staan opgebrand voor de klas”, een uitspraak die de afgelopen jaren meerdere malen gemaakt is en niet zomaar uit de lucht komt vallen. Uit onderzoek komt naar voren dat er jaarlijks een gestage stijging is van burn-outklachten onder Nederlanders (Houtman, I., Kraan, K. & Venema, A., 2019). Het meest recente onderzoek naar de ervaring van werkstress toont aan dat maar liefst 1,3 miljoen Nederlanders in 2019 kampten met werkstress gerelateerde klachten. Daarbij komen docenten als de gedoodverfde winnaar naar voren op het gebied van werkstress. Waar het landelijk gemiddelde van werknemers die burn-outklachten ervaren op 17% ligt, is dit percentage voor werknemers in het onderwijs 23% (TNO, 2020). Een schrikbarend hoog percentage.

Met deze gegevens in het achterhoofd is het niet gek dat het onderwijspersoneel herhaaldelijk aan de spreekwoordelijke bel heeft getrokken, door onder andere met elkaar te protesteren om aandacht te vragen voor het lerarentekort en de te hoge werkdruk. Deze signalen werden al gegeven vóór de coronacrisis; een crisis die een grote impact heeft gemaakt op het onderwijssysteem. In sneltreinvaart is het schoolsysteem overgestapt op “onderwijs op afstand”. Dit heeft om een enorm aanpassingsvermogen en veerkrachtigheid gevraagd van alle betrokkenen. Daar komt nog bij dat er op dit moment een grote opdracht ligt bij de scholen; het opvangen van de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen. Een opdracht waar iedereen de noodzaak van inziet, maar waar tegelijkertijd de zorgelijke vraag ontstaat of het onderwijspersoneel wel voldoende toegerust is om dit op een gezonde manier te voltooien. Een groot spanningsveld, tussen dat wat we vragen van het onderwijspersoneel en datgene wat ze kunnen opbrengen.

Wanneer we dit spanningsveld willen verminderen, is het van belang dat we inzicht krijgen in de mogelijke factoren die een rol spelen bij de ervaarde werkstress. Er is onderzoek gedaan naar de samenhang tussen persoonskenmerken en burn-outklachten, waaruit duidelijke patronen naar voren komen. Vervolgens ontstaat de vraag: Wat maakt dat de burn-outklachten onder het onderwijspersoneel consistent hoger zijn? Zijn er kenmerken in de persoonlijkheidsprofielen wat hen kwetsbaarder maakt? Om dit te onderzoeken is het gemiddelde persoonlijkheidsprofiel van de professionals, die in en om het onderwijs actief zijn, in kaart gebracht (DilemmaManager, 2021).

Uit dit onderzoek komt een duidelijk beeld naar voren. Het is opvallend dat onderwijsprofessionals veelal gericht zijn op een autonome manier van handelen, waarbij zij een verhoogde waarneming en leeroriëntatie hebben evenals een grote betrokkenheid en voornamelijk prioriteit geven aan het bereiken van consensus en een goede werksfeer. In dit profiel schuilen enkele gevaren. Wanneer de professional zich betrokken voelt, maar onvoldoende in staat is om op een assertieve manier te handelen, kan dit leiden tot spanningsklachten (Lee et al., 2018). Daarbij komt dat de onderwijsprofessional in staat is om alles te geven en over persoonlijke grenzen te gaan, wat kan resulteren in vermoeidheidsklachten (Philp, Egan, & Kane, 2012; Takaki et al., 2006). Wanneer vervolgens niet het gehoopte resultaat bereikt wordt, kan er een gevoel van onmacht en een gebrek aan autonomie ontstaan, wat correleert met het ontwikkelen van burn-outklachten (Mazur, P. J., & Lynch, M. D. (1989), Schaufeli & Buunk, 2004). Oftewel, een perceptie van verminderde zelfredzaamheid heeft een negatief effect op het ontwikkelen van burn-outklachten (Çelik & Kahraman, 2018).

Natuurlijk zijn er meer factoren die samenhangen met de ontwikkeling van een burn-out, waaronder werkzaamheden en omgevingsfactoren. Echter, de uitslagen vanuit de persoonlijkheidsanalyse laten wel degelijk zien dat er kwetsbaarheden aanwezig zijn in het profiel van een onderwijsprofessional. Dit inzicht kunnen we niet negeren. Het is essentieel dat er op geacteerd wordt. Dit kan op verschillende manieren; denk aan het vergroten van de zelfredzaamheid, het uitbreiden van het handelings-repertoire en het bewaken van persoonlijke grenzen. De eerste stap is dat de onderwijsprofessional meer inzicht krijgt in eigen gedragingen, zodat er vervolgens adaptieve interventies ingezet kunnen worden. Immers, verbetering van de kwaliteit van het onderwijs begint bij het toerusten en ondersteunen van het onderwijspersoneel.

Terug naar Nationaal Programma Onderwijs